# Hoe je leert liegen met je gezicht
Patiënt presenteert zich adequaat. Stemming ogenschijnlijk euthym. Realiteitstoetsing intact. Geen acuut suïcidaal gevaar.
"Schijn bedriegt."
— Nederlands spreekwoord
Ik heb in januari 2019 een suïcidepoging gedaan en in april van datzelfde jaar een advocaat ingeschakeld om mijn ontslag bij mijn werkgever aan te vechten. Tussen die twee data zit drie maanden. In die drie maanden heb ik 61 documenten geproduceerd: chronologisch dossier, e-mails aan de bedrijfsarts, een Plan van Aanpak, verzoeken aan HR, juridische correspondentie, bewijsstukken, samenvattingen.
Vrijwel niemand bij mijn werkgever wist van de suïcidepoging. Ik wist het. Mijn vrouw wist het. De ambulance wist het. Drie ziekenhuispsychiaters wisten het. De rest van de wereld kreeg mailen van een formele, beknopte, juridisch correcte man die zorgvuldig zijn rechten verdedigde.
Dat is liegen met je gezicht. En het is iets dat je leert. Net als fietsen.
Het bewust-bekwaamheidsmodel toegepast op zelfbedrog
In leertheorie kent men vier kwadranten. Je begint met onbewust onbekwaam: je weet niet dat je iets niet kunt. Daarna bewust onbekwaam: je weet dat je het niet kunt — en dat is meestal de vervelendste fase. Daarna bewust bekwaam: je kunt het, maar moet er nog over nadenken. Tot slot onbewust bekwaam: je kunt het zonder erbij na te denken. Zoals fietsen.
Met liegen met je gezicht heb je dezelfde vier kwadranten doorlopen.
Als kind: onbewust onbekwaam. Je voelt iets, het komt op je gezicht, iedereen ziet het. Je hebt geen verdediging tegen je eigen transparantie.
Als puber: bewust onbekwaam. Je begrijpt dat je je gezicht beter zou moeten beheersen — vrienden, school, ouders — en het lukt half. Je oefent in de spiegel. Je probeert te laten lachen waar je verdrietig bent. Je faalt vaker dan je slaagt.
Als jonge volwassene: bewust bekwaam. Je krijgt het onder de knie. Je weet welke gezicht je opzet in welk gesprek. Het kost moeite. Je raakt er soms uitgeput van. Maar het werkt.
Als volwassene in een vast beroep, met een gezin, met facturen: onbewust bekwaam. Het gaat vanzelf. Je doet het zonder erbij na te denken. Je kunt een professionele e-mail typen terwijl je hart op springen staat. Je kunt in een lift met collega's vragen "hoe was je weekend?" en het oprecht laten klinken terwijl je weekend bestond uit een ambulance en een opname.
Dit is geen verraad. Dit is een vaardigheid die je hebt opgebouwd om in deze maatschappij te kunnen leven. De prijs is dat de vaardigheid soms zo automatisch wordt dat je niet eens meer weet dat je hem inzet. Je vraagt jezelf op een bepaald moment ook niet meer wie er nu eigenlijk leeft: de man die de e-mail typt of de man die binnenin staat te trillen.
Carl Rogers, de Amerikaanse psycholoog die in de jaren '50 en '60 de cliëntgerichte therapie ontwikkelde, noemde dit verschijnsel incongruentie: het uiteenlopen van wie je vanbinnen bent en hoe je naar buiten toe presenteert. Hij beschouwde langdurige incongruentie als de hoofdoorzaak van psychisch lijden. Niet de pijn zelf — maar de noodzaak om de pijn voor de buitenwereld onzichtbaar te houden.
Dat klinkt boekenwijsheid. Het is dat niet. Ik kan u nog precies vertellen welke vrijdag ik in 2019 aan een vergadertafel zat met drie HR-mensen, in een nette overhemd, en een gesprek voerde over "re-integratie-perspectieven" — terwijl mijn lichaam zo gespannen was dat ik na afloop op de parkeerplaats in de auto vijfentwintig minuten heb gehuild voordat ik kon rijden.
Op een gegeven moment ben je een vaardigheid geworden.
Waarom mensen het doen
Niet uit slechte wil. Niet uit oneerlijkheid. Bijna altijd uit één van drie redenen:
Een. Functioneren. Je moet werken. Je moet rekeningen betalen. Je moet je kind van school halen. Als je elke keer dat je je angstig voelt zou moeten vertonen dat je angstig bent, kun je niets meer. De maatschappij maakt geen ruimte voor doorlopende kwetsbaarheid. Dus we maken ruimte in onszelf — door iets onzichtbaar te maken.
Twee. Bescherming van de ander. Mijn moeder is oud. Ze heeft drie keer een hartoperatie achter de rug. Als ik haar precies vertel hoe ik me voel, geeft dat haar onnodige zorgen. Ik kies — bewust — om bepaalde dingen voor me te houden. Niet uit zwakte. Uit een soort liefde.
Drie. Bescherming van jezelf. Dit is de moeilijkste. Want hier raakt het aan iets wat ik in hoofdstuk 7 uitwerk: zodra je iets benoemt, kun je niet meer doen alsof je het niet weet. Het gezicht bewaakt de informatie die je hoofd nog niet wil verteren. Dat is geen leugen — dat is een tussentijdse oplossing.
Geen van deze drie redenen is slecht. Wat slecht is, is wanneer ze gedrieën doorgaan en je niet meer weet welke kant van je gezicht je eigen gezicht is.
Mini-college — incongruentie en gehechtheid
Als kind leer je een bepaald patroon voor het uiten van pijn. Dat patroon hangt af van hoe je opvoeders erop reageerden. Bij veilig gehechte kinderen wordt pijn opgemerkt, benoemd, gereguleerd. Bij vermijdend gehechte kinderen leert het kind dat pijn uitspreken niet helpt of zelfs ongewenst is. Het kind ontwikkelt een buitenkant die "in orde" toont, ongeacht wat er binnen gebeurt.
Dat is geen oordeel over de ouders. Soms is een ouder zelf incongruent gegroeid en geeft dat door zonder het te weten. Soms is de cultuur zo. Westfries: doe maar gewoon, dat is al gek genoeg. Engels: stiff upper lip. Boerderij: aanpakken en niet zeuren.
In de westerse maatschappij hebben veel mensen — vermoedelijk de meerderheid — een vermijdend element in hun hechting. Dat verklaart de epidemie van mensen die "het hebben geregeld" maar binnenin instorten. Het verklaart waarom we in restaurants over voetbal praten in plaats van over de scheiding waar de helft van ons in zit. Het verklaart waarom een collega die afgelopen weekend zijn moeder heeft begraven, op maandag bij de koffieautomaat "goed, dank je" zegt op de vraag hoe het ermee gaat.
Geen van die mensen liegt om te liegen. Ze hebben allemaal hetzelfde geleerd: in deze ruimte hoort het verdriet niet. Dus zet ik mijn gezicht op en doe ik mee.
Het Cirfood-dossier als zelfbewijs
Ik heb het over Cirfood — mijn voormalige werkgever — in dit boek niet bedoeld om een rekening te vereffenen. Het verhaal is opgelost. Ik krijg geen reuring meer van het uitspreken ervan. Wat het wel is, is een document. Een bewijsstuk van wat een mens in incongruentie kan presteren.
61 documenten in drie maanden, opgesteld door iemand die in januari nog in een ambulance lag. Een dossier dat in juridische taal exact onderbouwt waarom een ontslag onrechtmatig is, opgesteld door iemand die soms drie keer een mailtje moest herlezen omdat hij door de spanning niet meer kon lezen.
Het Cirfood-dossier bewijst niet dat ik sterk ben. Het bewijst dat structuur als overlevingsmechanisme werkt — tot een bepaalde grens. Bovenop die grens stort het in elkaar. En vóór die grens kan een mens ongelooflijk veel produceren onder ongelooflijk slechte condities.
Wat het ook bewijst is dat juridische taal en menselijke taal twee verschillende talen zijn die je tegelijk kunt spreken. Geachte mevrouw De Vries, hierbij berust ik niet in uw schrijven van 12 maart jl., onder voorbehoud van mijn rechten en zonder enige erkenning. Geen letter daarvan vertoont enig spoor van menselijke ervaring. Het is een taal die ik gebruik. En een taal die niemand ooit verzon om een gebroken man te beschermen — die zo'n man wel onbedoeld redt.
Wanneer het gezicht af mag
Hier is de vraag die overblijft: wanneer kan het gezicht af?
Niet altijd. Wie er één tegenkomt die zegt "je moet altijd 100% jezelf zijn", mag van mij eerst eens een baan houden met die methode. Authentic zijn in alle situaties is een luxe die alleen mensen met genoeg geld en machtspositie zich kunnen veroorloven. Voor de rest van ons is sociaal smeermiddel een levensnoodzaak.
Maar er moeten plekken zijn waar het af kan. Tegenover één persoon. In één relatie. In één gesprek per week, één bos buiten, één kamer met één deur dicht, één blocnote waarin je niet hoeft te formuleren. Eén plek waar je ophoudt iemand te zijn.
Mijn plek — dat is, ironisch genoeg, het document dat je nu leest. Het boek dat ik schrijf is mijn enige consequente plek waar mijn gezicht af mag. Daarom huil ik tijdens het schrijven. Daarom voelt het soms alsof ik mezelf opensnijd. En daarom voelt het, telkens weer, een opluchting.
De volgende lezer die dit pakt — jij — heeft zijn eigen plek nodig. Dit boek is misschien jouw plek, voor de tijd dat je leest. Of het is niet jouw plek, en dan moet je zoeken naar waar je plek wel is. Maar zonder zo'n plek wordt het gezicht na verloop van tijd je hele kop. En je weet dan niet meer wie je was voordat je het opzette.
📖 LEES
61 documenten tussen suïcidepoging en juridisch verweer. Het formele gezicht dat e-mails typt terwijl de man erachter trilt. Het bewust-bekwaamheidsmodel als zelfdiagnose: je hebt liegen met je gezicht geleerd zoals je fietsen hebt geleerd — en nu kun je niet meer terug.
🔬 WEET
Carl Rogers: incongruentie als bron van psychisch lijden. Het bewust-bekwaamheidsmodel (Burch, jaren '70): onbewust onbekwaam → bewust onbekwaam → bewust bekwaam → onbewust bekwaam. Vermijdende gehechtheid (Mary Ainsworth): kind leert dat pijn uitspreken niet helpt, ontwikkelt een "in orde"-buitenkant. The body keeps the score (Van der Kolk): wat het gezicht verbergt, slaat het lichaam op.
🎬 GENIET — film
Tirez sur le pianiste — François Truffaut (1960). Een gewezen concertpianist die werkt als barpianist en niet meer wil opvallen. "Ik ben niemand. Dat is makkelijker." De film maakt geen drama van zijn verschuiving — laat zien hoe vanzelfsprekend iemand kan kiezen om zijn talent op te bergen om ongezien te blijven.
Alternatief: The Game — David Fincher (1997). Een steenrijke zakenman wordt door zijn broer ingewijd in een 'spel' dat zijn werkelijkheid laat afbrokkelen. Niets is wat het lijkt, zelfs jij niet. Wie het kijkt vanuit dit hoofdstuk, herkent zichzelf: ook jij hebt een gezicht waar achter iets anders zit.
🎵 LUISTER — muziek
Formidable — Stromae (2013). Op straat, in pak, dronken, voor het oog van de camera. Stromae heeft het ooit echt opgevoerd voor een busstation in Brussel — passanten dachten dat het echt was, totdat ze de YouTube-link kregen. Een man die zijn pijn in pak op straat brengt. Dat is precies wat dit hoofdstuk gaat. Het masker is geen vermomming — het is iets dat tegelijk vertoont en verbergt. Tu étais formidable, j'étais fort minable. Nous étions formidables.
🧩 PUZZEL
Het kwadrantenmodel van het masker. Vier vakken: (1) Onbewust onbekwaam — je weet niet dat je liegt met je gezicht. (2) Bewust onbekwaam — je weet het en het lukt niet goed. (3) Bewust bekwaam — je kunt het, het kost moeite. (4) Onbewust bekwaam — het gaat vanzelf.
Vraag: in welk kwadrant zit jouw masker? En, lastiger: zou je terug willen naar (1) als dat zou kunnen?
🔧 DOE — oefening
De Maskeraudit. Pak een vel papier. Drie kolommen. 1) Waar draag ik een masker? (op werk, bij ouders, bij vrienden, op sociale media, voor de spiegel, in mijn relatie, in dit boek) 2) Wat beschermt het? (mijn baan, mijn moeder, mijn ego, mijn ruimte) 3) Wat kost het? (vermoeidheid, vervreemding, eenzaamheid, geen echt contact)
Geen oordeel. Alleen inventarisatie. Bewaar de lijst. Lees hem over drie maanden terug.
✍️ SCHRIJF — reflectievraag
Tegen wie lieg je het vaakst met je gezicht? En waarom voelt dat veiliger dan de waarheid?
Mijn meest gebruikte zin in die periode in 2019 was: "Ik ben thans nog herstellende van een burn-out." Een korte, beleefde, juridisch onkwetsbare zin. Burn-out klinkt verklaarbaar, sociaal aanvaard, eindig. Het was de mooiste leugen ooit. Want het was niet onwaar — maar het was zo onvolledig dat het neerkwam op iets anders.
Wat ik daadwerkelijk doormaakte was geen burn-out. Het was een complex van depressie, angst, persoonlijkheidstrekken, een suïcidepoging, ongediagnosticeerde dingen, en een werkgever die mij liever buitenshuis zag dan binnen. Dat past niet in zes woorden. Thans nog herstellende van een burn-out wél.
En toch — vooruit. Zonder die zes woorden had ik geen uitkering gekregen, geen advocaat kunnen betalen, geen ontslagprocedure aangevochten. De leugen droeg het verhaal. En het verhaal redde mij.
Schijn bedriegt, zegt het cliché. Klopt. En soms redt het je. Dat is geen tegenstelling. Dat is een EN-EN.