4

Pillen, therapie en de kunst van uitgesteld begrip

“De tijd heelt alle wonden”


# Pillen, therapie en de kunst van uitgesteld begrip

Medicatie: paroxetine 20 mg, mirtazapine 15 mg. Bijwerkingen gerapporteerd: verminderd libido, emotionele afvlakking, gewichtstoename. Patiënt geeft aan "functioneel maar niet levend" te zijn. Tapering besproken; niet gestart.

"De tijd heelt alle wonden."

— Nederlands spreekwoord, oorspronkelijk Latijn: tempus omnia dolore

Negenentwintig jaar GGZ. Negen diagnoses. Meervoudig vrijwillig opgenomen. Tien therapeuten. Vier medicaties. Eén suïcidepoging. Eén F-ACT-team. Eén leven dat ondertussen, gemiddeld, doorging.

Dat is het cv. Daar zou je een carrière van kunnen maken.

Wat in dat cv niet staat is wat het kost. Een opname is een verwijdering uit het werkelijke leven, schreef ik ergens. Dat klinkt klinisch. In de praktijk is een opname het moment waarop je drie weken lang ophoudt iemand te zijn — geen werk, geen rol, geen rekening die binnenkomt waar je je over moet buigen — en dat is tegelijkertijd een geschenk en een verlies. Het geschenk: rust. Het verlies: de structuur van het normale, waarin alles voor zich uit kan worden geschoven onder het mom van "ik functioneer nog."

Wat in het cv ook niet staat is dat elke therapeut iets anders ziet. Niet omdat ze stom zijn. Omdat jij iets anders laat zien. Een vrouwelijke therapeut krijgt een ander gezicht te zien dan een mannelijke. Een psychiater krijgt taal aangereikt; een PMT-therapeut krijgt lichaam aangereikt; een psychoanalytisch geschoolde krijgt kindertijd aangereikt; een gedragstherapeut krijgt patroon aangereikt. Je biedt aan wat de stoel uitnodigt. En als je dat lang genoeg doet bij genoeg stoelen, krijg je negen diagnoses.

Die diagnoses spreken elkaar deels tegen en deels aan. Persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en afhankelijke trekken. Persoonlijkheid met narcistische trekken. Generaliseerde angststoornis. Depressieve episode, recidiverend. ADD (niet bevestigd). Hooggevoeligheid (niet als DSM-diagnose). Comorbide somatische klachten. Burn-out (drie keer). Aanpassingsstoornis (twee keer).

Eén mens. Negen labels. Welk label klopt? Allemaal. Geen. EN-EN.

* * *

Pillen — wat ze doen

Ik heb in totaal drie SSRI's geprobeerd, twee SNRI's, één tetracyclisch antidepressivum, twee benzodiazepinen voor incidentele paniek en één antipsychoticum als slaapmiddel. Niet allemaal tegelijk — over een periode van ongeveer twintig jaar.

Wat ze doen:

Een SSRI haalt de scherpte van wanhoop weg. Dat is een ander mechanisme dan "vrolijk maken". Het is dichter bij de kleur ervan dempen. Wat zwart was, wordt grijs. Wat ondraaglijk was, wordt draaglijk. Sommige mensen zeggen dat ze er gevoelloos van worden; ik zou zeggen dat ze de pieken én de dalen kleiner maken, en dat dat helpt — totdat je merkt dat de pieken ook weg zijn.

Mirtazapine, dat ik 's avonds nam, was lange tijd mijn beste vriend. Het maakt zwaar. Je slaapt. Bij iemand die maandenlang om vier uur 's nachts wakker ligt te tobben, is "je slaapt" een herontdekking van menselijkheid. De prijs is honger en gewicht. Maar wie eenmaal weet wat een nacht slaap voor je doet, betaalt die prijs.

De benzodiazepinen heb ik bewust nooit dagelijks willen nemen. Niet vanuit principe. Vanuit angst voor het pad waar mensen op kunnen komen. Ik had liever incidentele paniek dan dagelijkse afhankelijkheid. Voor mij. Niet als oordeel voor anderen — sommige mensen zijn juist met benzo's gered.

Wat pillen niet doen:

Ze veranderen je verleden niet. Ze veranderen je hechting niet. Ze geven je geen vaardigheden. Ze leggen geen nieuwe neurale paden aan. Ze houden je in leven. Ze geven je rust. Ze brengen je in de buurt van een functioneel zelf. Maar functioneel is niet levend. "Functioneel maar niet levend" — die zin heb ik letterlijk tegen een psychiater gezegd. En dat was, denk ik, het eerste eerlijke zinnetje dat ik in jaren had uitgesproken.

Tapering — de asymptoot

Afbouwen van een SSRI is geen rechte lijn. Het is een asymptoot.

Stel je hebt 20 mg paroxetine. Het advies is meestal: halveer naar 10 mg, blijf daar zes weken, kijk hoe het gaat. Daarna naar 5 mg. Daarna naar 2,5 mg. Daarna naar 1,25 mg. Daarna naar 0,6 mg. Et cetera.

Wiskundig gezien nader je nul, maar bereik je hem nooit. Dat is een asymptoot — een lijn die oneindig dicht bij een waarde komt zonder hem ooit te raken. Bij paroxetine zijn er mensen die op 0,1 mg zitten en al na vier dagen ontwenningsverschijnselen krijgen.

Dat is geen verzonnen klacht. Dat is farmacologie. De stof bindt zich aan receptoren. Het lichaam heeft die receptoren in jaren van inname herafgesteld. Bij elke verlaging moet het lichaam de receptoren weer terug afstellen — en dat doet het langzamer naarmate de dosis kleiner wordt.

De levensles die in deze pijnlijke wiskunde verstopt zit:

Je wordt nooit "genezen." Je nadert gezondheid als een asymptoot. En dat is genoeg.

Er is geen finishlijn waar je achterlaat dat je ooit ziek was. Er is geen dag waarop je opstaat en het is weg. Wat er wel is: een toenemende afstand. Een dosis die kleiner wordt. Een periode tussen episodes die langer wordt. Een lichaam dat sneller in evenwicht komt na een schok. Een venster van tolerantie dat breder wordt.

Dat is herstel. Niet als eindbestemming. Als gemiddelde richting.

Therapie — wat werkt, wat niet

Ik heb in negenentwintig jaar bijna alles geprobeerd dat de Nederlandse GGZ aanbiedt.

Klassieke gespreks-therapie heeft mij geleerd over mezelf te praten. Dat klinkt evident maar is dat niet. Veel mensen kunnen niet over zichzelf praten. Ze hebben woorden voor wat anderen voelen, voor wat in films gebeurt, voor wat de krant schrijft — niet voor wat zij zelf elke dag meedragen. Gesprekstherapie geeft die woorden.

Cognitieve gedragstherapie heeft mij geleerd dat gedrag te onderzoeken is. Functie-analyse. Voor welk gedrag betaal ik welke prijs? Dat is een instrumentele kijk die op een lelijke dag heel bruikbaar is. Op een mooie dag voelt het te kil.

Psychomotorische therapie (PMT) heeft mij geleerd dat het lichaam praat. Ik zat in 2012 in een PMT-groep waar we ballen overgooiden. De therapeut zei: "Als er een bal bij komt, moet er ook een af." Niet alle ballen kunnen tegelijk. Dat was een metafoor voor mijn leven: te veel ballen, te weinig handen, en de illusie dat ik ze allemaal in de lucht kan houden door harder te jongleren.

Mindfulness — Leef Mindful, 2017 — heeft mij geleerd dat aandacht een spier is. Niet dat ik nu een mindful mens ben. Dat ben ik niet. Maar ik kan, in een ongelukkig moment, één seconde naar mijn ademhaling brengen en er de schade door beperken.

F-ACT — vanaf 2026 — leert mij iets nieuws: dat een team van mensen om je heen praktischer kan zijn dan één-op-één behandeling. Een psychiater, een psycholoog, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, soms een ervaringsdeskundige. Ze weten van elkaar wat er speelt. Je hoeft niet opnieuw te beginnen elke keer.

Wat in al deze trajecten voortdurend terugkomt is iets wat ik laat geleerd heb te benoemen. Een eigen uitspraak die uit een Plaud-opname van vlak na een therapiesessie kwam:

"Je bent eigenlijk je eigen therapeut, en je therapeut is alleen maar je klankbord."

In de fase van therapie die echt werkt, doe je het werk zelf. De therapeut luistert, spiegelt, stelt vragen. Maar jij bent degene die verandert. Dat besef is niet vernietigend voor de therapeut — het is precies wat een goede therapeut wil bereiken. Een mens die niet langer afhankelijk is van de stoel maar de stoel inwendig heeft gekregen.

Daar staat dit hoofdstuk over.

Mini-college — neuroplasticiteit en het tijdverloop van herstel

Een paar feiten over hoe het brein verandert.

Tot ver in de twintigste eeuw geloofde men dat het volwassen brein af was. Dat veranderingen alleen in de kindertijd plaatsvonden. Vanaf de jaren '60 en steeds nadrukkelijker vanaf de jaren '90 weet men dat dit niet klopt. Het brein is plastisch — kneedbaar — tot de laatste dag. Niet even hard als bij een baby, niet even snel, maar wel.

De Nederlandse neuropsycholoog Ben van Cranenburgh heeft jarenlang lessen gegeven over deze neuroplasticiteit. Eén zinnetje uit zijn werk dat ik nooit ben vergeten: "Het brein dat de pijn maakt, kan ook leren de pijn anders te maken."

Maar — en dit is belangrijk — leren kost tijd. De Britse onderzoekster Phillippa Lally mat in 2009 dat het mediaan zesenzestig dagen duurt voordat een simpel nieuw gedrag (een glas water bij het ontbijt) als automatisch wordt ervaren. De spreiding was achttien tot tweehonderdvierenvijftig dagen. Voor één glas water.

Vermeerder dat voor complexer gedrag. Voor het herzien van een hechtingspatroon dat in de eerste vijf jaar van je leven is ingelegd, praat je over jaren. Niet weken. Niet maanden. Jaren.

Dat is ontnuchterend. Het is ook bevrijdend. Want zodra je weet dat het jaren duurt, hoef je niet meer ongeduldig te zijn. Iedereen die jou vertelt dat hij in zes weken is veranderd, liegt of is heel ondiep veranderd. De echte verandering vergt het tempo van seizoenen.

Groundhog Day als levensles

De film Groundhog Day (1993, Harold Ramis) — die nog terugkomt in hoofdstuk 9 en 14, omdat hij over zoveel gaat — is in zijn kern een film over therapie. Phil Connors, een verveelde weerman, raakt vast in een tijdlus waarin hij elke ochtend op dezelfde dag wakker wordt. Hij probeert er eerst aan te ontsnappen: drank, vrouwen, criminaliteit, zelfmoord. Niets werkt; hij wordt elke ochtend opnieuw wakker.

Wat hem uiteindelijk uit de lus haalt, is niet dat de dag verandert. Hij verandert. Hij leert piano. Hij leert mensen kennen. Hij wordt vriendelijk. Hij doet het werk in zichzelf — niet aan de buitenkant.

Therapie is Groundhog Day. Je staat elke dag op met dezelfde grondstof van jezelf, en je gaat ermee aan de slag. Vandaag de pianoles. Morgen het gesprek met de oude man. Overmorgen het ijsbeeldhouwen. Niet omdat het ergens toe leidt — dat zou Phil ontmoedigen. Maar omdat dat is wat er te doen is.

Op een gegeven moment lukt de dag.

📖 LEES

Negenentwintig jaar GGZ. Negen diagnoses. Pillen die je in leven houden maar niet laten leven. Tapering als asymptoot. F-ACT als team-aanpak. Je eigen therapeut worden — niet door de stoel te verwerpen, maar door hem te internaliseren.

🔬 WEET

Neuroplasticiteit (Ben van Cranenburgh). Phillippa Lally et al. 2009 (UCL): mediaan 66 dagen voor nieuw simpel gedrag, spreiding 18-254 dagen. SSRI-tapering als asymptoot. ACT (Acceptance & Commitment Therapy, Steven Hayes): acceptatie als actieve strategie, niet als opgave. Het verschil tussen insight en verandering — je kunt weten wat je moet doen en het toch niet doen.

🎬 GENIET — film

Groundhog Day — Harold Ramis (1993). Phil Connors die elke dag dezelfde dag opnieuw beleeft. De film is in zijn oppervlakte een romantische komedie en in zijn diepte een meditatie over verandering die niet komt door je omgeving maar door jezelf. Wie hem als therapie-film kijkt, ziet de truc: de dag is hetzelfde — Phil is anders. De herhaling is de therapie.

🎵 LUISTER — muziek

Forever Young — Alphaville (1984). Een lied over de wens om niet ouder te worden, niet te veranderen, niet te lijden. I want to be forever young. Wie het beluistert vanuit dit hoofdstuk, hoort iets dat de meeste fans niet horen: de wens om niet te lijden is dezelfde als de wens om niet te leven. Het lied is, in zijn ondergrond, een suïcide-lied dat zich vermomt als hymne. Hoping for the best, but expecting the worst, are you going to drop the bomb or not? De bom valt nooit; de zanger leeft ondertussen.

🧩 PUZZEL

Tapering als asymptoot. Stel je halveert elke zes weken je dosis. Begin: 20 mg. Na 6 weken: 10 mg. Na 12 weken: 5 mg. Na 18 weken: 2,5 mg. Na 24 weken: 1,25 mg. Et cetera.

Vraag: na hoeveel weken zit je theoretisch op 0,01 mg? En na hoeveel weken op 0,001 mg?

Antwoord: na ~66 weken zit je op 0,01 mg. Na ~78 weken op 0,001 mg. Je komt nooit op nul.

Vertaling: volledig "genezen" is geen einddoel maar een asymptoot. Je nadert het oneindig dicht zonder het ooit te raken. En dat is genoeg.

🔧 DOE — oefening

Het Stoplichtmodel / Terugvalpreventieplan. Maak drie kolommen. Rood — crisis: wat zijn signalen dat ik in crisis ben? (vb: nachten niet meer slapen, suïcidaal denken, isolatie). Drie acties: bellen wie, gaan waar, doen wat. Oranje — waarschuwing: signalen van afglijden (vb: vermijdend gedrag, geen plezier meer, irritatie). Drie acties. Groen — stabiel: hoe houd ik dit vol? (vb: dagstructuur, beweging, één goed gesprek per week). Drie acties.

Niet als huiswerk. Als gereedschapskist. Print het uit. Hang het ergens op. Niet om er elke dag naar te kijken — om het te hebben als je het nodig hebt.

✍️ SCHRIJF — reflectievraag

Welke pil — letterlijk of figuurlijk — houdt jou nu overeind? En als je die pil morgen niet meer had, wat zou je dan moeten leren?

De tijd heelt niet alle wonden. De tijd droogt sommige wonden. Maakt ze minder rood, minder open, minder eerstgraads. Maar er is een soort wond die je een leven lang met je meedraagt, en de truc is dat je leert ermee te lopen alsof je een litteken hebt en niet een open snee.

Dat heet, in het verlossende cliché van Phil Connors uit Groundhog Day: vandaag is een goede dag, als je het zo kiest.

Het volgende hoofdstuk gaat over wat er met je hoofd gebeurt als je daar lang genoeg in zit en je redt jezelf met humor. Niet als vermijding. Als zuurstof.

← Terug naar (over) leven