# EN-EN: de weigering te kiezen
Patiënt vertoont een opvallend patroon: weigert dichotomieën. Beschouwt 'of-of'-denken als symptoom, niet als oplossing. Differentiaaldiagnostisch te overwegen: vermijding van besluitvorming. Klinische indruk: bewuste keuze, geen vermijding.
"Je kunt niet alles hebben."
— Nederlands spreekwoord, ook bekend als "kiezen of delen"
In de eerste minuut van een therapiesessie krijg je meestal één vraag. "Hoe gaat het?"
Vier woorden. Met op zich geen verkeerde bedoeling. De therapeut wil weten waar je begint vandaag. De therapeut wil een ingang.
De gewoonte van veel patiënten — en de gewoonte van de meeste mensen in elk gesprek — is om een gemiddelde te leveren. "Goed." Of: "Niet zo goed." Of: "Gaat wel." Een woord, soms twee. Een samenvatting van een week of een dag of een uur. Een poging om alles in één label te vangen.
Op 6 mei 2026 weigerde ik dat samenvatting te leveren. Niet vooraf bedacht. Het kwam eruit. De therapeut vroeg "Hoe gaat het?", en ik zei:
"Voor mij voelt het meer en-en. In de zin van: er zijn dingen die goed gaan. Er zijn dingen die heel erg goed gaan. Er zijn dingen die rot zijn. Dus moet ik dat dan middelen? En als ik dat doe, dan zegt dat niet zo heel veel."
Het was geen slimme opmerking. Het was geen filosofie. Het was een weigering. En achteraf — en daar gaat dit hoofdstuk over — was die weigering de scharnier waarop dit hele boek draait.
Het gemiddelde als leugen
Stel je hebt vijf dingen in je leven. Drie gaan fantastisch (cijfer 9, 9, 10). Twee gaan verschrikkelijk (cijfer 1, 2). Het rekenkundig gemiddelde is 6,2. Volgens de "hoe gaat het?"-vraag zou het antwoord moeten zijn: het gaat een 6,2.
Niemand leeft op een 6,2. De drie dingen die fantastisch gaan, doe je intens. De twee dingen die verschrikkelijk gaan, voel je doorlopend. Het gemiddelde van 6,2 bestaat in geen enkele cel van je lichaam. Het is een rekenkundige fictie die geen overeenkomst heeft met je werkelijke ervaring.
In de statistiek noemen ze dit verschijnsel het probleem van de standaarddeviatie. Het gemiddelde van een verdeling vertelt je weinig zolang je de spreiding niet weet. Een groep waar iedereen tussen 5 en 7 zit, heeft hetzelfde gemiddelde als een groep waar de helft op 2 zit en de helft op 10. Maar het zijn totaal verschillende groepen.
Toegepast op een mensenleven: de vraag "hoe gaat het gemiddeld?" is een verkeerde vraag. De betere vraag is "hoe breed schommelt het?" En de eerlijke vraag is: "wat zijn de pieken, en wat zijn de dalen?"
EN-EN is, in zijn meest praktische vorm, een weigering om aan een verkeerde vraag een antwoord te geven.
De tweeling opnieuw
In de inleiding vertelde ik over Bianca en Cindy. De eeneiige tweeling. De jongen van elf die zichtbaar verliefd was, twee keer "afspraak gemaakt" zei, en bij de verkeerde twin eindigde. En toch — door volle congruentie, volle zekerheid, volle natuurlijke aanwezigheid — kreeg hij een afspraak met haar.
Wat de jongen van elf had, in volle onbewustheid, was EN-EN. Hij was verliefd EN nerveus EN overtuigend EN bij het verkeerde meisje EN succesvol — alles tegelijk. Hij weigerde niet één van die te zijn ten koste van de ander. Hij was allemaal.
EN-EN is, in dat opzicht, niet iets dat je moet leren. Het is iets waarin je geboren wordt en wat je vervolgens — door opvoeding, school, werk, sociale normen — kwijtraakt. Volwassen worden in onze cultuur is voor een groot deel het inwisselen van EN-EN voor OF-OF. Je moet kiezen tussen werk en gezin. Je moet kiezen tussen ambitie en rust. Je moet kiezen tussen jezelf zijn en aardig gevonden worden.
Dat is, voor zover ik kan overzien, een doodlopende straat. Niet omdat de spanningen niet echt zijn — ze zijn echt. Maar omdat de oplossing zelden in een keuze ligt. De oplossing ligt in een houding die toelaat dat beide tegelijk bestaan.
Mini-college — dialectiek en de paradox van psychotherapie
In de jaren '80 en '90 ontwikkelde de Amerikaanse psychologe Marsha Linehan een nieuwe vorm van therapie voor mensen met borderline-persoonlijkheidsstoornis, die ze Dialectische Gedragstherapie (DBT) noemde. Het centrale principe: verandering en acceptatie zijn niet tegenstrijdig — ze zijn beide nodig.
Linehan had jaren geprobeerd om puur op verandering gerichte therapie (CGT) toe te passen op borderline-patiënten en zag dat het averechts werkte. Hoe meer ze drukte op verandering, hoe meer haar patiënten het gevoel kregen dat ze niet werden geaccepteerd zoals ze waren — en hoe heviger ze instortten.
Toen ze begon met de combinatie — acceptatie EN verandering — zag ze beweging. Een patiënt wordt geaccepteerd in waar hij is (acceptatie) en uitgenodigd om vaardigheden te leren waarmee hij meer regie kan nemen (verandering). Niet om-en-om. Tegelijk.
Steven Hayes ontwikkelde rond dezelfde tijd Acceptance & Commitment Therapy (ACT) vanuit een vergelijkbare basis. ACT spreekt niet over dialectiek maar over psychologische flexibiliteit: de capaciteit om aanwezig te zijn bij wat is, terwijl je beweegt richting wat je belangrijk vindt. Acceptatie als basis voor actie, niet als alternatief voor actie.
Beide therapieën zijn EN-EN in protocolvorm. En beide werken aantoonbaar beter dan hun voorgangers die alleen op één pool — acceptatie of verandering — focusten.
OF-OF als symptoom
Een ervaringsgegeven uit jaren therapie: de momenten waarop ik psychisch het slechtst was, waren ook de momenten waarop ik het meest in OF-OF dacht. OF ik blijf zoals ik ben en lijd, OF ik verander en raak alles kwijt. OF ik werk en stort in, OF ik werk niet en heb geen identiteit. OF ik blijf bij Joyce en sticht onrust, OF ik vertrek en sticht een groter onrust.
OF-OF-denken is een symptoom. Het ontstaat onder druk — wanneer je zenuwstelsel in fight/flight zit en je hersenen het complexiteit van situaties niet meer aankunnen. Een geest in nood vereenvoudigt. Hij maakt twee kampen en plaatst zichzelf erin. Daar is niets stupide aan — het is een evolutionair mechanisme om snel te kunnen besluiten in een gevaarlijke situatie.
Het probleem is dat onze situaties zelden zwart-wit zijn. Of-of in een complexe situatie is meestal een mismatch met de werkelijkheid. We schreeuwen tegen onszelf dat we moeten kiezen, terwijl de werkelijkheid ons aanbiedt om beide kanten te dragen.
De therapeutische beweging vanuit OF-OF naar EN-EN is meestal geen plotselinge openbaring. Het is een langzaam, kleine erkenning na kleine erkenning. Ik kan blij voor mijn broer zijn EN jaloers. Ik kan houden van Joyce EN soms boos op haar zijn. Ik kan ziek zijn EN aan een boek werken. Ik kan mezelf afwijzend gedragen EN tegelijk weten dat ik dat doe en eraan werken.
Geen van deze EN-EN's is een synthese. Geen ervan lost de spanning op. Wat ze wel doen is de spanning verdragen-baar maken — omdat ze niet langer als bewijs van persoonlijke inconsistentie worden geïnterpreteerd, maar als bewijs van menselijke complexiteit.
Een leven volgens EN-EN
Wat verandert er praktisch wanneer je EN-EN tot grondtoon maakt?
In relaties: je hoeft niet eerst je boosheid op iemand op te lossen voordat je weer kunt liefhebben. Beide kunnen tegelijk bestaan. Een ruzie hoeft niet uitgepraat te zijn voordat je weer een knuffel kunt geven. Wat een grote opluchting is voor iedereen die ooit een ruzie heeft gehad die niet "uitgepraat" raakte.
In werk: je kunt je werk haten EN het toch goed doen. Je kunt fout zitten in een project EN er voor verantwoordelijkheid nemen. Je kunt twijfelen aan je vak EN er beter in worden. Geen van die combinaties is incoherent.
In zelfbeeld: je kunt jezelf niet leuk vinden EN tegelijk weten dat je waardevolle dingen doet. Je kunt voelen dat je faalt EN feitelijk slagen. Je kunt een diagnose dragen EN niet je diagnose zijn. De diagnose hoeft niet "vervangen" te worden door een betere zelfbeschrijving — ze mag, in de schaduw van wat je werkelijk bent, gewoon ook waar zijn.
In het leven met de dood: je kunt weten dat je dood gaat EN volop leven. Dat is, voor mij persoonlijk en voor velen die ik ken die door grote rouw zijn gegaan, de uiteindelijke EN-EN. Het is geen tegenstelling. Het is de menselijke conditie.
Word jezelf — als bestemming
In de inleiding citeerde ik een eigen uitspraak: Het mooiste dat je kan worden is jezelf. Dat is een cliché dat ik niet zou hebben durven gebruiken als ik niet zelf elke dag merk dat het waar is.
"Jezelf worden" is geen weg naar perfectie. Het is geen weg naar gelukkig zijn. Het is geen weg naar gelijkmoedigheid. Het is een weg naar congruentie. Naar overeenstemming tussen wat je vanbinnen voelt en wat je naar buiten brengt. Tussen wat je zegt en wat je doet. Tussen wat je voelt en wat je toont.
EN-EN is de praktische vorm van congruentie. Wat ik voel is meervoudig, dus wat ik laat zien is ook meervoudig. Niet één laag. Niet één gemiddelde. Niet één label. Een mens met meerdere lagen die allemaal tegelijk waar zijn.
De jongen in groep 7 die nerveus EN overtuigend was. De man op 6 mei 2026 die helder EN bang was. De auteur dit hoofdstuk schrijvend, die zeker EN twijfelend tegelijk is. Allemaal dezelfde mens. Allemaal EN-EN.
📖 LEES
De therapiesessie 6 mei 2026 en de weigering om te middelen. De tweeling opnieuw — EN-EN avant la lettre. Het gemiddelde als leugen. De praktijk van EN-EN in relaties, werk, zelfbeeld en dood.
🔬 WEET
Marsha Linehan: Dialectische Gedragstherapie (DBT) — verandering EN acceptatie tegelijk. Steven Hayes: ACT — psychologische flexibiliteit als capaciteit om aanwezig te zijn bij wat is, terwijl je beweegt richting wat je belangrijk vindt. Carl Rogers: congruentie als voorwaarde voor psychisch welzijn. Standaarddeviatie en het gemiddelde-probleem in statistiek.
🎬 GENIET — film
Liar Liar — Tom Shadyac (1997). Jim Carrey als advocaat die door een wens van zijn zoontje 24 uur lang niet meer kan liegen. Wat begint als slapstick wordt geleidelijk iets dat veel diepgaander is dan de affiche suggereert. Wie 24 uur niet kan liegen, moet leren congruent te zijn — niet omdat hij dat wil, omdat hij niet anders meer kan. De film toont, in komische vorm, hoe pijnlijk de transitie van OF-OF naar EN-EN is, en hoe bevrijdend.
🎵 LUISTER — muziek
Nikita — Elton John (1985). Een liedje over verlangen naar iemand achter de Berlijnse Muur, naar wie je nooit kan gaan. "Do you ever dream of me, do you ever see the letters that I write?" Liefhebben EN weten dat het niet kan. Dat is geen paradox — dat is de menselijke conditie. Iedereen heeft een Nikita.
🧩 PUZZEL
Het gemiddelde-probleem. Twee groepen mensen. Groep A: cijfers 5, 6, 7. Groep B: cijfers 2, 6, 10. Beide groepen hebben hetzelfde gemiddelde — 6. Maar de groepen zijn radicaal verschillend.
De spreiding (standaarddeviatie) is in groep A: 1. In groep B: 4. Vier maal zo groot.
Vraag: als jij iemand 's avonds aan tafel vraagt "hoe gaat het?", en hij of zij antwoordt "gemiddeld een 6", weet je dan welk leven hij vandaag heeft geleefd? (Antwoord: nee. Je moet weten waar de pieken en dalen lagen.)
🔧 DOE — oefening
De Dubbele Barometer. Maak twee schalen op een vel papier. Schaal 1 (1-10): hoe goed gaat het beste ding in mijn leven op dit moment? Schaal 2 (1-10): hoe slecht gaat het slechtste ding in mijn leven op dit moment?
Gebruik beide getallen. Niet middelen.
Dat is je EN-EN-score. Bijvoorbeeld: 9-3. Of: 7-5. Of: 10-1. De score zegt meer over je leven dan een gemiddelde.
Doe dit een week lang elke avond. Plot de twee schalen. Je krijgt twee golfkaarten — niet één. Dat is je leven, in zijn werkelijke vorm.
✍️ SCHRIJF — reflectievraag
Waar in je leven zeg je "of-of" terwijl het eigenlijk "en-en" is? Wat zou er veranderen als je allebei mocht laten bestaan?
De Plaud-notitie van 21 mei 2026 die ik in hoofdstuk 4 al noemde — over ENdenken in plaats van OMdenken — landt hier ook. ENdenken is, in zijn taalkundige logica, de bewerkingsregel van EN-EN. Niet vervangen, naast plaatsen. Niet kiezen, allebei toelaten. Niet middelen, beide extremen erkennen.
Het volgende hoofdstuk gaat over wat er gebeurt als je dit als levenshouding toepast op je relaties met andere mensen. Iedereen is een therapeut — niet als opleidings-claim, maar als levensaanvaarding. Verbinding als medicijn.