# In elk geintje zit een seintje
Patiënt gebruikt metaforen en spreekwoorden als primair communicatiemiddel. Dit kan dienen als brug naar diepere thema's. Therapeut: meegaan in de metafoor, niet ontmaskeren.
"In elk geintje zit een seintje."
— Nederlands spreekwoord; varianten: "Many a true word is spoken in jest" (Engels), "Scherz und Wahrheit" (Duits)
De aanleiding voor dit boek was niet de nacht in 2016. De aanleiding voor dit boek was clichés.
Nadat ik na 2016 langzaam in een richting kwam te lopen die niet meer omlaag was, merkte ik dat in mijn hoofd steeds meer flauwe dooddoeners verschenen. Achter de wolken schijnt de zon. Het glas is halfvol. This too shall pass. Stilstand is achteruitgang. Niets dan goeds over de doden.
Mijn eerste reactie was ergernis. Wat ben ik aan het worden — een man met spreukenkalenderwijsheid?
Mijn tweede reactie was nieuwsgierigheid. Waarom komen deze dingen naar boven nu mijn leven verandert?
Mijn derde reactie — en dat is dit boek — was respect. Want toen ik per cliché ging onderzoeken waaróm hij telkens terugkwam, ontdekte ik dat de clichés geen flauwheid bevatten. Ze bevatten ervaring die generaties oud was, ingedikt tot een handzame zin. Wat je opraapt van straat, is wat de straat heeft gedragen.
Daar staat dit hoofdstuk over. Niet over één cliché. Over waarom clichés bestaan, waarom ze waar zijn, en wat het verschil is tussen iemand die ze afwerend zegt en iemand die ze doorleefd zegt.
Eurostar — een ontmoeting die het boek definieerde
In juni 2024 reisde ik met de Eurostar van Amsterdam naar Londen, voor een werkbespreking. Geen vakantie. Eén nacht. Tegenover mij in de Eurostar zaten twee Engelsen — Helen en Madelief, moeder en dochter ongeveer mijn leeftijd en die van Anika. Ze reisden om iets dat ik me niet meer precies herinner, maar wat me wel bij is gebleven was dat ze, vrijwel direct nadat de trein de tunnel inreed, in gesprek raakten met mij over een onderwerp waar wij — drie vreemden in een trein — geen reden hadden om aan te beginnen.
Mijn boek.
Ik moet het laten vallen hebben — een vraag van Helen, een vluchtige opmerking van mij — maar binnen tien minuten zat ik te vertellen wat ik aan het schrijven was, in welke vorm, met welk doel, en waarom ik daar zo lang aan getwijfeld had. Helen — die zelf taalcoach was — luisterde alsof ze al wist wat ik nog niet had gezegd. Madelief — die ergens in zorg werkte — vroeg vragen die exact raakten wat ik mij elke dag afvroeg. "Wat geef je de lezer dat hij ergens anders niet krijgt? Wat is jouw boek dat het mijne niet is?"
Het was geen verkooppraatje. Het was uitleg-aan-mezelf, met twee vreemden als spiegel.
Op het einde van de reis — drie uur later — zeiden ze: "You should write it. We would buy it."
Dat is een cliché-zinnetje van vreemden in een trein. Niemand zou erop moeten varen. En tegelijk: ik vaar er soms nog op. Want soms is wat een vreemde op een trein tegen je zegt belangrijker dan wat je vrienden zeggen — omdat die vreemde niets te winnen heeft en niets te verliezen. Een eerlijke spiegel zonder vervolg.
Helen en Madelief weten niet dat ze in dit boek staan. Ze weten niet dat hun één-zin-uit-een-trein een hoofdstuk werd. Maar ze zijn er. En dat is, op zichzelf, een cliché-bevestiging: een goed gesprek is het halve werk.
Waarom clichés overleven
Een korte, niet-academische theorie over clichés.
Een cliché is een zin die voldoende vaak waar is gebleken om door meerdere generaties heen herhaald te worden. Een zin die niet waar is, verdwijnt in een mensengeneratie. Een zin die soms waar is, verdwijnt in twee. Een zin die structureel waar is — voor genoeg mensen, in genoeg situaties — overleeft in de taal van een cultuur. Dat is een soort darwinisme van wijsheid.
Dat betekent niet dat elk cliché in elke situatie waar is. Achter de wolken schijnt de zon is geen oplossing voor een persoon die wegens chemotherapie zijn haar verliest in een spiegel. Op dat moment is dat cliché een belediging. Maar over een leven gemeten, over miljoenen mensen heen, klopt het zo vaak dat we hem zijn blijven gebruiken.
De grootste fout die de zelfhulp-industrie maakt is om clichés te ontmaskeren. "Je hebt geleerd dat je je negatieve gedachten moet bestrijden. Maar dat klopt niet. Hier is de echte versie." Dat verkoopt boeken. Dat schept geen wijsheid. Want de echte versie is meestal dezelfde versie, anders verpakt.
Wat dit boek probeert te doen is het omgekeerde: clichés bevestigen, op basis van eigen ervaring, en uitleggen wáárom ze waar zijn. Niet als nieuw idee. Als oud idee, met nieuw bewijs.
De levensloop van een cliché
Een cliché doorloopt, in een mensenleven, vier fases.
Fase 1: vreemd. Je hoort de zin de eerste keren als kind. Hij betekent niets. Het is een spreuk die je niet verstaat. De tijd heelt alle wonden. Voor een tienjarige is dat geen wijsheid — dat is geluid van volwassenen.
Fase 2: afwerend. Als puber en jong-volwassene begrijp je de zin maar verzet je je ertegen. Niet alle wonden helen. Je hebt gelijk. De pubers- en jongvolwassen-allergie tegen clichés is gegrond.
Fase 3: cynisch. Daarna komt een fase waarin je de zin gebruikt als ironie. "Ach, de tijd heelt alle wonden..." Met de toon van iemand die weet dat dit alleen waar is voor kleine wonden. Verfijnde sarcasme.
Fase 4: doorleefd. En dan komt — als je leven lang genoeg duurt en oprecht genoeg is — fase 4. Je hebt zelf een wond gedragen. Je hebt gemerkt dat ze niet weg is gegaan, maar ondertussen wel minder pijn is gaan doen. Je realiseert je dat de tijd heelt alle wonden niet bedoelde dat de wond zou verdwijnen — maar dat het droogde, korstte, een litteken werd. En dat een litteken hetzelfde is als heling — alleen anders dan we als kind dachten.
Daarna gebruik je de zin niet meer ironisch. Je gebruikt hem nuchter. Als gereedschap. Voor een ander mens die nu in fase 1 of 2 of 3 zit.
Dit is de cyclus van wijsheid. Geen cliché wordt wijsheid voordat hij is doorleefd. Geen cliché blijft cliché voor wie hem heeft doorleefd.
Mini-college — Gödel als metafoor voor clichés
Een misschien overmatig ambitieuze koppeling, maar belangrijk voor mij.
De Oostenrijks-Amerikaanse wiskundige Kurt Gödel bewees in 1931 zijn beroemde onvolledigheidsstellingen: elk wiskundig systeem dat sterk genoeg is om over zichzelf te spreken, bevat ware uitspraken die in dat systeem niet bewezen kunnen worden. Met andere woorden: er bestaan waarheden die je niet kunt aantonen met de regels van het systeem dat je gebruikt.
Toegepast op clichés: clichés zijn ware uitspraken over het menselijk bestaan die je niet kunt bewijzen met de regels van de wetenschap, omdat ze betrekking hebben op het bestaan zelf en niet op een deelaspect ervan. Achter de wolken schijnt de zon kan niet door een laboratorium bewezen worden. Wel kan je het in je eigen leven herhaaldelijk ervaren. Het bewijs is empirisch, niet logisch. Het is geldig — niet aantoonbaar.
Daar bouwt mijn boek op. Niet "het is bewezen dat clichés waar zijn" — wel "ze blijken in genoeg levens waar te zijn dat we ze niet zomaar mogen weggooien".
Douglas Hofstadter heeft over Gödel een fameus boek geschreven — Gödel, Escher, Bach — waarin hij betoogt dat zelfreferentiële systemen (een systeem dat over zichzelf spreekt) een speciaal soort waarheid produceren. Een boek dat over zichzelf gaat (zoals dit boek doet, op de meta-laag) heeft een Gödel-laag: het bevat uitspraken die binnen het boek zelf niet te bewijzen zijn, maar wel waar.
Daarom is een goede zelfhulpboek geen pakketje van bewezen tips. Het is een uitnodiging tot ervaring waar de waarheid zich pas in de toepassing aandient.
Het cliché als kapstok van dit boek
Elk hoofdstuk van dit boek hangt aan een cliché. Stof zijt gij geworden. Achter de wolken schijnt de zon. Angst is een slechte raadgever. Schijn bedriegt. De tijd heelt alle wonden. Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. Stilstand is achteruitgang. Kennis is macht. Het glas is halfvol. This too shall pass. Je kunt niet alles hebben. Een goed gesprek is het halve werk. Niets dan goeds over de doden.
Geen van die clichés heb ik bedacht. Allemaal heb ik ze in mijn eigen leven aangetroffen — als doodlopende straat van fase 2, en als doorleefde wijsheid van fase 4. Het boek is, in zijn kern, een verzameling van veertien clichés met telkens één hoofdstuk waarin ik mijn eigen bewijs lever.
Het laatste hoofdstuk hangt aan een eigen variant: Het mooiste dat je kan worden is jezelf. Dat zou ook cliché kunnen klinken. En het is dat ook — het is een zelf-uitgesproken cliché dat dezelfde structuur heeft als alle andere: een zin die voldoende vaak waar is gebleken om door anderen herhaald te worden.
Wat zit erin? Misschien iets unieks aan mij. Misschien helemaal niets. Dat hoort bij clichés. Niemand kan zeggen wie het eerst "this too shall pass" bedacht. Het maakt niet uit. Wat uitmaakt is dat het werkt.
Het eigen lied — Zeg me dat het niet zo is
Joyce en ik hebben een paar jaar geleden samen een liedje opgenomen. Niet om uit te brengen. Om voor onszelf te maken. Een liedje dat ontstond uit een paar regels die ik op een avond op papier had geschreven. De refreintekst was, in zijn eenvoud:
Gras is groen.
Lucht is blauw.
Wij.
Houden van jou.
Niets daaraan is origineel. Gras is groen, lucht is blauw, wij houden van iemand. Drie clichés in vier regels. En toch — in onze handen, met onze stemmen, op die avond — was het iets dat geen platenmaatschappij zou hebben kunnen produceren. Omdat het van ons was, voor onszelf, op dat moment.
Het cliché van de eenvoudigste waarheid wordt persoonlijk wanneer je hem zelf hebt mogen herontdekken. Daar staat dit hoofdstuk over.
📖 LEES
De Eurostar-reis met Helen en Madelief. De vier fases van een cliché in een mensenleven: vreemd → afwerend → cynisch → doorleefd. Het eigen lied Zeg me dat het niet zo is met de drie clichés. Waarom dit boek geen cliché ontmaskert maar bevestigt.
🔬 WEET
Kurt Gödel: onvolledigheidsstellingen (1931) — waarheden die binnen het eigen systeem niet bewijsbaar zijn. Douglas Hofstadter: Gödel, Escher, Bach (1979) — zelfreferentie als kenmerk van bewustzijn en wijsheid. Cognitieve schema's (Aaron Beck) en framing (NLP) — clichés werken omdat ze aansluiten bij bestaande denkkaders. Cultureel-evolutionair: een spreekwoord overleeft alleen als het structureel waar genoeg blijkt.
🎬 GENIET — film
Forrest Gump — Robert Zemeckis (1994). De volledige film is een collage van clichés: "Life is like a box of chocolates, you never know what you're gonna get." "Mama said stupid is as stupid does." "Run, Forrest, run." Forrest gelooft elke cliché letterlijk — en daardoor leeft hij hem als waarheid. De film is een meditatie over het verschil tussen geloven en doorleefd hebben. Forrest heeft beide: hij gelooft naïef, en hij leeft eerlijk. Dat is, in zijn kern, een diep argument voor de waarheid van clichés.
🎵 LUISTER — muziek
Zeg me dat het niet zo is — Christian Glebbeek & Joyce Kaag (eigen lied, niet uitgebracht). Een huiselijk lied waarin gras-is-groen en lucht-is-blauw worden bevestigd, niet ontkracht. Het lied is op aanvraag te beluisteren via de website. Of, voor wie het via universele clichés wil benaderen: een willekeurig nummer dat je moeder vroeger zong, dat je toen flauw vond, en waarvan je nu beseft hoe diep het was.
🧩 PUZZEL
Gödel-puzzel. Stelling A: Deze zin kan niet bewezen worden binnen dit boek. Vraag: is stelling A waar of onwaar?
Antwoord: als A waar is, dan klopt zijn inhoud — hij kan inderdaad niet bewezen worden binnen dit boek. Als A onwaar is, dan kan hij wel bewezen worden — maar dan zou hij óók waar zijn (want bewijsbaar). De zin is daarmee óf waar én niet bewijsbaar, óf bewijsbaar én waar — maar nooit "alleen bewijsbaar". Dat is precies wat Gödel in 1931 bewees voor wiskundige systemen.
Vertaling: de centrale waarheden van een mensenleven kunnen niet bewezen worden binnen de regels van het leven zelf. Ze moeten ervaren worden. Daarom zijn clichés geen wetenschap, maar wel waar.
🔧 DOE — oefening
De Cliché-Kaart. Pak papier. Schrijf vijf clichés op die je altijd "flauw" hebt gevonden.
Bij elk cliché: wanneer was dit waar in mijn leven? Niet of het waar IS in de absolute zin. Maar: wanneer was er een moment dat het voor mij waar werd?
Voorbeeld: "De tijd heelt alle wonden" → was waar toen ik dacht dat het verlies van vriend X mijn leven zou ruïneren en bleek dat ik vijf jaar later er nog steeds aan dacht, maar zonder de pijn van toen.
Schrijf bij elk cliché één moment. Vijf clichés, vijf momenten.
Wat je dan ziet is dit: cliché's zijn niet flauw. Ze zijn ingedikte ervaring. Het verschil tussen een dooddoener en een waarheid is timing.
✍️ SCHRIJF — reflectievraag
Welk cliché dat je ooit afdeed als flauw, bleek later de belangrijkste les die je ooit kreeg?
Dit boek bevestigt clichés. Niet omdat het origineler had kunnen zijn. Omdat ze waar blijken te zijn. Wie ze niet wil geloven, mag ze niet geloven. Wie ze wil herontdekken, krijgt veertien hoofdstukken om bij te zitten.
Het volgende — en laatste hoofdstuk — gaat over de stap van lijden naar leiden. Korte ei naar lange ij. Eén letter. Een heel leven ertussen. Het mooiste dat je kan worden, is jezelf.