# Van lijden naar leiden
Behandeling wordt in overleg afgebouwd. Patiënt neemt steeds meer regie over het eigen herstelproces. Klankbordfunctie van therapeut blijft beschikbaar, maar niet structureel.
"Het mooiste dat je kan worden is jezelf."
— eigen uitspraak
Eén letter. Twee betekenissen. Een heel leven ertussen.
Lijden, met korte ei. Het werkwoord van iemand die iets draagt — een ziekte, een verlies, een patroon — en wiens dragen al zijn aandacht opeist. Een mens kan lijden zonder dat er een uitweg in zicht is. Een mens kan jarenlang lijden. Een mens kan een leven van vooral lijden hebben — daar is, in de uiteindelijke afrekening, geen morele afwaarding van te maken. Lijden is een staat. Geen kwaliteit. Geen gebrek.
Leiden, met lange ij. Het werkwoord van iemand die richting geeft — aan zichzelf, aan anderen, aan een situatie. Niet noodzakelijkerwijs met grote zwierigheid. Soms door één keuze per dag bewust te maken. Soms door op een avond een vergadering voor te zitten waarvan je had verwacht dat je het niet kon. Soms door een boek te schrijven dat acht jaar daarvoor onbestaanbaar was.
Tussen die twee zit één letter. Een korte ei wordt een lange ij. Westfries Nederlands hangt op die ene letter — als je op de boerderij bij Hoorn ergens iets hoort uitspreken, weet je dat het verschil tussen lij en lei klein is. Op papier zijn ze radicaal anders. In de praktijk soms binnen één gesprek bij elkaar.
Daar staat dit hoofdstuk over. De stap die niet één keer wordt gezet maar elke dag opnieuw moet worden gezet. Soms heen. Soms terug. Soms beide tegelijk.
De terugkeer naar de tweeling
In de inleiding vertelde ik over de tweeling Bianca en Cindy. De eeneiige tweeling. De jongen van elf die met volle congruentie het verkeerde meisje een afspraakje gaf en er mee wegkwam.
Vijfendertig jaar later zijn die meisjes vrouwen geworden. Ik heb ze nooit meer gezien. Ik weet niet of ze nog bestaan in elkaars buurt. Ik weet niet wat ze geworden zijn. Ik kan ze niet opzoeken op LinkedIn omdat ik hun achternaam vergeten ben. Misschien hebben ze allebei kinderen en kleinkinderen, misschien hebben ze met elkaar gebroken en is er een verhaal dat aan een keukentafel wordt verteld. Ik weet het niet.
Maar de jongen van elf die met volle overtuiging het verkeerde meisje aansprak — die is er nog steeds.
Dat is, voor dit boek, het meest hopelijke wat ik kan opschrijven. Niet dat ik gegroeid ben tot een ander iemand. Niet dat ik beter geworden ben. Niet dat ik genezen ben. Niet dat ik mijn lijden achter mij heb gelaten. Wel: de jongen die ik was is er nog. Onder alle lagen die zich daarna over hem hebben gelegd, is hij er nog.
Mijn werk in dit boek — en mijn werk in mijn leven — is geweest om die jongen langzaam toegang te geven tot meer ruimte. Niet door volwassen-Christian af te schaffen. Niet door 11-jarige-Christian alleen te activeren. Beide tegelijk. EN-EN tot in de kern.
De volwassene heeft de structuur, het werk, de baan, het gezin, de juridische taal. Het kind heeft de congruentie, de bereidheid om bij het verkeerde meisje uit te komen en daarmee gelukkig te zijn, het geloof dat de wereld toegankelijk is als je hem maar oprecht benadert. Geen van beide kan zonder de ander. De volwassene zonder kind wordt cynisme. Het kind zonder volwassene wordt onverantwoordelijkheid. Samen worden ze een mens.
Wat ik me 8 jaar geleden niet had kunnen voorstellen
De avond in 2016 in dat kamertje van mijn ouders. Lager dan dit kan niet. Toen ik mij die avond bedacht — als ik hier ooit uit kom, ga ik dat opschrijven en delen — heb ik de inhoud niet kunnen voorzien. Ik heb niet kunnen voorzien dat ik:
- Op de vraag "hoe gaat het?" zou leren antwoorden met "EN-EN". - Zou ontdekken dat omdenken niet werkt voor wat van binnen niet wil meewerken — en dat ENdenken een betere term is. - Een term voor mezelf zou bedenken — "je bent eigenlijk je eigen therapeut, en je therapeut is alleen maar je klankbord" — en dat hij in andere mensen zou landen. - Een eigen uitspraak "Mijn veet op jouw bek" zou hebben die in een hoofdstuk zou eindigen — eerlijk, beschamend, herkenbaar. - Mijn vader zou begraven en daar een opdracht in dit boek voor zou schrijven. - Een tatoeage met panta rhei op mijn arm zou laten zetten, en een Carpe Hora op mijn pols, zonder pretentie maar als dagelijkse herinnering. - Joyce nog zou hebben — niet omdat het makkelijk was, omdat we beiden hebben geleerd binnen EN-EN ruzie te maken. - Het boek zou schrijven, en dat het van een idee een proces zou worden — niet één keer schrijven, doorlopend schrijven.
Geen van die dingen is voorspelbaar geweest. Allemaal zijn ze ontstaan in kleine bewegingen — twee stappen vooruit, één stap achteruit, soms drie stappen achteruit, soms vier vooruit. Niet één doorbraak. Honderden kleine.
Wie in 2016 in dat kamertje had verzekerd dat ik dit acht jaar later zou opschrijven, had ik niet geloofd. Maar wie in 2016 had gezegd dat ik "ergens vanaf vandaag de neiging zou hebben om te gaan tellen wat ik nog heb", had ik wel geloofd. En daar is het mee begonnen.
Mini-college — de lemniscaat
In de wiskunde is een lemniscaat het symbool ∞ — twee cirkels die in elkaar overgaan zonder begin of einde. Bernoulli beschreef hem in 1694. Hij wordt vaak gebruikt om oneindigheid aan te duiden, maar dat is een verkeerde vertaling. Een lemniscaat is geen oneindige rechte lijn; hij is twee cirkels die elkaar raken en doorstromen.
In mijn beeld is hij iets anders — hij is de wiskundige vorm van EN-EN. Twee cirkels — overleven en leven, lijden en leiden, donker en licht — die niet apart bestaan maar in een ononderbroken doorgang in elkaar overlopen. Niet als overwinning van het ene op het andere. Als doorgang.
Een mens die zijn lijden achter zich heeft gelaten — als dat al kan — heeft daarmee niet noodzakelijkerwijs het leiden gevonden. Een mens die zich op leiden focust, raakt vaak juist verwijderd van het lijden dat hem authentiek maakt. De truc is allebei te dragen, in dezelfde dag, soms in hetzelfde uur.
Een paar uur voordat ik dit hoofdstuk begon te schrijven, heb ik gehuild om een mail die ik had ontvangen van een advocaat. Daarna heb ik geleerd dat mijn moeder een goede dag had gehad. Daarna heb ik gegeten met Joyce. Daarna heb ik gewerkt. Allemaal binnen één avond. Allemaal verschillende uithoeken van mijn leven. Geen van die uithoeken kan ik uitschakelen. De truc is in elke uithoek zo aanwezig te zijn als de uithoek vraagt — niet meer, niet minder.
Dat is de lemniscaat. Doorgang in plaats van bestemming.
Wat ik dit boek niet heb laten zijn
Een aantal dingen heeft dit boek niet willen zijn.
Geen genezing. Niemand wordt door dit boek genezen, ook ik niet. Het hoogste wat dit boek kan, is gezelschap zijn.
Geen tien-stappenplan. Ik heb in mijn carrière vele tien-stappenplannen gezien. Geen ervan heeft een mens werkelijk veranderd. Het zijn handzame illusies.
Geen verheven taal. Ik heb gepoogd te schrijven in een taal die door iemand met een normale baan, in een normale wereld, op een normaal moment van de dag, gelezen kan worden zonder een lijstje met begrippen te moeten openslaan. Dat is geen pleidooi tegen academische taal — academische taal heeft zijn plek. Niet hier.
Geen geheim ontmaskerd. Er is geen geheim. Wie zo'n geheim verkoopt, liegt — meestal niet expres, maar wel werkelijk. Wat dit boek doet is bestaande wijsheid uit de wereld bevestigen, met persoonlijke ervaring als laatste bewijs.
Geen heldenverhaal. Ik ben geen held. Ik ben iemand die overleefde en die daarna over zijn overleven heeft proberen na te denken. Veel mensen doen dat. Niet iedereen schrijft het op. Dat is geen heldendaad — het is een keuze.
Een derde stem
Iemand die mij dichtbij staat zei een paar maanden geleden dat dit boek niet "Christian" klinkt. Hij bedoelde het als compliment — een wens, een vraag aan mezelf om eerlijker te zijn. Hij vond dat ik te ver van mezelf was geraakt, dat de taal te netjes was geworden, dat ik te professioneel was geworden.
Ik heb daar even over moeten nadenken. En toen heb ik hem geantwoord — niet ter verdediging, ter uitleg.
Dit boek heeft een derde stem. Geen klinische stem (eerste stem). Geen pure-Christian-in-Westfries-stem (tweede stem). Een derde — een stem die ontstaat door beide te kennen en in de schrijfact te kunnen schakelen tussen formeel en huiselijk, tussen academisch en alledaags, tussen ironisch en eerlijk, zonder dat een lezer eruit valt.
Dat is geen valse Christian. Dat is wel een Christian die ergens een vaardigheid heeft ontwikkeld die in de dagelijkse spraak niet aanwezig is. Een schrijfstem. Iedereen die schrijft, ontwikkelt zo'n stem. Niet ter vervanging van wie hij is. Als toevoeging — als laag.
De derde stem is, in zekere zin, de stem van iemand die EN-EN heeft geleerd te zijn. Niet één van twee polen. Allebei tegelijk. En dat is geen literair trucje. Dat is mijn stem.
Wat hierna komt
Dit boek is niet af. Op het moment dat ik dit schrijf — 21 mei 2026 — sta ik bij de eerste druk. Veel hoofdstukken zijn af. Sommige nog niet zo diep als ik zou willen. Sommige nog niet bezocht door mensen die ze mee moeten lezen. Sommige zullen, in een volgende druk of versie, herschreven worden — niet omdat ze fout zijn, omdat het leven verder is gegaan en ze daarmee anders ingekleurd kunnen worden.
Dat is bewust. Dit boek is een groeiend document. Het staat online op over-leven-het-boek.nl, hoofdstuk per hoofdstuk vrijgegeven. Wie mij meeleeft, kan meegaan in het tempo van mijn schrijven. Wie het later pakt, krijgt een vollere versie.
De eerste druk is geen voltooiing. Het is een tussenstand. Een register van waar ik ben — en daarmee een uitnodiging aan u om uw eigen register bij te houden, in eigen taal, in eigen huis, in eigen tempo.
Daarvoor is dit geschreven.
Een laatste cliché
Mijn favoriete weertype is regen tijdens zonneschijn.
Niet bij toeval.
Alleen dan zie je de regenboog. Het hele spectrum. Geen van twee dingen weggepoetst.
Dat is dit boek geprobeerd te zijn. Geen regen weggepoetst. Geen zon weggepoetst. Beide. Tegelijk. EN-EN. Allebei.
En als je het mij vraagt — gaat het goed met je, Christian? — dan zeg ik, op deze avond, terwijl ik dit schrijf, met droge ogen omdat ik vandaag al gehuild heb en met heldere geest omdat ik al heel lang niet meer dichter bij mezelf ben geweest dan nu:
Er zijn dingen die goed gaan.
Er zijn dingen die heel erg goed gaan.
Er zijn dingen die rot zijn.
Dus moet ik dat dan middelen?
Nee. Niet middelen. Allebei laten bestaan. En verder lopen.
Van lijden — korte ei — naar leiden — lange ij. Eén letter verschil. Een heel leven ertussen.
Het mooiste dat je kan worden is jezelf.
📖 LEES
De terugkeer naar de tweeling. Wat ik mij acht jaar geleden niet had kunnen voorstellen. De derde stem die niet klinisch is en niet huiselijk maar allebei tegelijk. De lemniscaat als wiskundige vorm van EN-EN. Een boek dat niet af is en niet af hoeft te zijn.
🔬 WEET
Neuroplasticiteit: het brein verandert tot de laatste dag — Ben van Cranenburgh als wetenschappelijke richtsnoer. Het ARC-model (Activate-Regulate-Connect) als complete cirkel. Het Relationeel Keuzemodel: Venijn → Vertrouwd → Fijn → Voorspelbaar → Vooruit — kompas voor relaties. De lemniscaat in de wiskunde (Bernoulli, 1694) als beeld voor EN-EN.
🎬 GENIET — film
Groundhog Day — Harold Ramis (1993, laatste keer). De laatste dag van Phil Connors. Hij wordt wakker. Het is een nieuwe dag. Hij staat op. Hij heeft geen plan. Hij heeft alleen een houding — vriendelijk, oplettend, aanwezig. De dag is hetzelfde; hij is anders. En dat is, voor mij, de essentie van dit boek. Niet de dag verandert. Jij verandert in de dag.
🎵 LUISTER — muziek
Eddie Vedder — een track nader te bepalen. Vedder, voormalig leadzanger van Pearl Jam, heeft in zijn soloalbum Into the Wild (2007) een aantal nummers die in eenvoud raken aan wat dit boek probeert te raken. Mijn waarschijnlijke keuze: Society, of Guaranteed. Beide gaan over een mens die zijn weg buiten de gangbare uitlegt — niet hoogdravend, gewoon eerlijk.
Voor wie meer huiselijk wil: het eigen lied Zeg me dat het niet zo is sluit dit boek ook af. Drie clichés in vier regels. Gras is groen. Lucht is blauw. Wij. Houden van jou.
🧩 PUZZEL
De lemniscaat (∞). Teken een liggende acht. Eén ononderbroken lijn die zichzelf kruist in het midden.
Vragen: (1) Heeft hij een begin? (Nee — afhankelijk van waar je je pen neerzet.) (2) Heeft hij een einde? (Nee — om dezelfde reden.) (3) Welke twee cirkels zou jij erin invullen voor je eigen leven? (Bijvoorbeeld: werk en thuis. Vader en zoon. Lijden en leiden. Of: één enkele cirkel die zichzelf herhaalt, met het kruispunt in het midden als jij zelf — degene die de doorgang faciliteert.)
🔧 DOE — oefening
Het Vertrekpunt. Schrijf op wat je nu hebt. Niet wat je mist. Niet wat je zou moeten. Alleen: wat is er fysiek, materieel, mentaal, relationeel?
Pak de Nulpuntmeting uit Hoofdstuk 1 erbij — als je hem hebt gemaakt. Vergelijk. Wat is veranderd? Wat is er bij gekomen? Wat is er af gegaan? Wat is gebleven?
Dat verschil tussen toen en nu — dat is je reis. Niet je groei. Niet je doorbraak. Je reis. Iemand die heeft gelopen, heeft gelopen — onafhankelijk van waar hij is uitgekomen.
✍️ SCHRIJF — reflectievraag
Als je jezelf zou tegenkomen als 11-jarige — wat zou je tegen hem of haar zeggen? En wat zou die 11-jarige tegen jou zeggen?
Ga mee op reis met mij, schreef ik in de inleiding. Lees, luister, schrijf, doe, puzzel — en bovenal: geniet.
Hier eindigt mijn deel van de reis. Het uwe begint pas.
Of misschien — als u dit boek hebt gelezen — is het al begonnen, en heeft u dat zonder mij te weten al gemerkt.
Tot ziens.
SLOT
Epiloog
De jongen van elf